ECLI:NL:RBDHA:2024:11407
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing van jonge minderjarige
De gecertificeerde instelling verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van een jonge baby in een pleegzorgvoorziening gedurende de ondertoezichtstelling. De moeder en vader zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag en de baby verblijft sinds kort met de moeder in een babyhuis, waar stabiliteit en ondersteuning wordt geboden.
Tijdens de zitting werd het verzoek gewijzigd tot aanhouding voor een maand, maar zowel de moeder als de vader verzetten zich tegen het verzoek. De ouders hebben inspanningen verricht om zelfstandig een passende woon- en leefsituatie te realiseren en staan open voor hulpverlening.
De kinderrechter overweegt dat een uithuisplaatsing een uiterste maatregel is en dat op dit moment geen noodzaak bestaat voor uithuisplaatsing, mede omdat het verblijf in het babyhuis goed verloopt en de minderjarige zich goed ontwikkelt. De kinderrechter wijst het verzoek af en ziet geen reden het verzoek aan te houden. Indien later alsnog een uithuisplaatsing noodzakelijk blijkt, kan een nieuw verzoek worden ingediend.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen omdat het verblijf in het babyhuis stabiel is en uithuisplaatsing niet noodzakelijk is.