ECLI:NL:RBDHA:2024:11486
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsprocedure
In deze zaak heeft verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de aanvraag op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet buiten behandeling te stellen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop de minister op 10 april 2024 een beslissing nam. Verzoeker heeft echter geen beroep ingesteld tegen deze beslissing op bezwaar.
De voorzieningenrechter overweegt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan als er een lopende beroepsprocedure is tegen het besluit op bezwaar. Omdat in deze zaak geen beroep is ingesteld, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek daarom niet inhoudelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een beroepsprocedure.