ECLI:NL:RBDHA:2024:1151
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 30 januari 2024 het beroep van eiser behandeld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit besluit op de Dublinverordening, waarbij Zweden als verantwoordelijke lidstaat voor de behandeling van de aanvraag is aangewezen.
Eiser stelde dat hij geen vertrouwen heeft in het Zweedse rechtssysteem en dat hij in Zweden slachtoffer is geworden van discriminatie. Tevens voerde hij aan dat Nederland verantwoordelijk zou moeten zijn voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde echter dat eiser deze stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat Zweden zijn internationale verplichtingen nakomt.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat de aanvraag terecht niet in behandeling is genomen. Tevens wees de rechtbank het verzoek van eiser tot vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is openbaar en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.