ECLI:NL:RBDHA:2024:11510
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en afwijzing wijziging verblijfsdoel wegens huiselijk geweld
Eiseres, met Marokkaanse nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning als gezinslid bij haar ex-echtgenoot. Verweerder trok deze vergunning met terugwerkende kracht in per 17 augustus 2022 en wees een verzoek tot wijziging van het verblijfsdoel af wegens onvoldoende bewijs van huiselijk geweld.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte geen voornemen tot intrekking heeft uitgebracht en eiseres geen zienswijze heeft gegeven, wat een procedureel gebrek vormt. Dit gebrek wordt echter gepasseerd omdat eiseres alsnog gelegenheid had bezwaar te maken en gehoord te worden.
Verder is de intrekkingsdatum onvoldoende gemotiveerd, omdat verweerder alleen de melding van de ex-echtgenoot als basis nam zonder de visie van eiseres te betrekken. De rechtbank vernietigt dit onderdeel van het besluit en draagt verweerder op opnieuw te beslissen.
Ten aanzien van het verzoek tot wijziging van het verblijfsdoel wegens huiselijk geweld is onvoldoende bewijs geleverd conform het beleid, mede door het sepot van de aangifte. Ook is geen schending van artikel 3 of Pro 8 EVRM vastgesteld bij terugkeer naar Marokko.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit voor zover het de intrekkingsdatum betreft, bevestigt het besluit verder en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekkingsdatum van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder moet opnieuw beslissen, de rest van het besluit blijft in stand.