Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.ASBESTZORG HOLLAND B.V.te Naaldwijk,
ASBESTVERWIJDERING EDE B.V.te Amsterdam,
[eiseres sub 3] B.V.te [vestigingsplaats 1] ,
DULO ASBESTVERWIJDERING B.V.te De Lier
ECORENO B.V.te Oudenbosch,
[eiseres sub 6] B.V.te [vestigingsplaats 2] ,
[eiseres sub 7] B.V.te [vestigingsplaats 3] ,
[eiseres sub 8] B.V.te ' [vestigingsplaats 4] ,
[eiseres sub 9] B.V.te [vestigingsplaats 5] ,
1.STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE
STICHTING OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS BOUW & INFRAte Harderwijk,
STICHTING AANVULLINGSFONDS BOUW & INFRAte Harderwijk,
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 april 2023 met producties 1 tot en met 35;
- de conclusie van antwoord van de zijde van de Staat met producties 1 t/m 25;
- de incidentele conclusie tot voeging en tussenkomst ex artikel 217 Rv Pro van de
- de conclusie van antwoord in het incident van de zijde van de Staat;
- de conclusie van antwoord in het incident van de zijde van Eiseressen;
- het vonnis in het incident van 13 september 2023 waarbij het de Fondsen is
- toegestaan zich te voegen aan de zijde van de Staat;
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van de zijde van de Fondsen;
- het tussenvonnis van 24 januari 2024 waarbij een mondelinge behandeling is
2.De feiten
Stcrt. 2020, 61582) heeft de minister echter (wederom) geoordeeld dat door de cao-partijen in voldoende mate aannemelijk is gemaakt dat de bepalingen van de cao Bouw & Infra 2020 reeds voor een belangrijke meerderheid (van 68,53%) van de in de bedrijfstak werkzame personen gelden. In dit besluit is voorts onder meer het volgende opgenomen:
Stcrt. 2021, 36710) heeft de minister wederom geoordeeld dat door de cao-partijen (op grond van dezelfde gegevens als die ten grondslag liggen aan het onder 2.6 genoemde besluit) in voldoende mate aannemelijk is gemaakt dat de bepalingen van de cao Bouw & Infra 2021 reeds voor een belangrijke meerderheid (van dus 68,53%) van de in de bedrijfstak werkzame personen gelden. In dit besluit is voorts onder meer het volgende opgenomen:
3.Het geschil
4.De beoordeling
assurance-rapporten opgemaakt ter controle van de vaststelling van het bronmateriaal.
“excessive burden”op de schouders van Eiseressen
.De zojuist onder 4.15.2 besproken, door Eiseressen aangevoerde omstandigheden kwalificeren niet als zodanig. Bij dit oordeel weegt mee dat de besluiten een wettelijke basis hebben en het onder 4.15.1 omschreven algemeen belang dienen.