ECLI:NL:RBDHA:2024:11593

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 april 2024
Publicatiedatum
25 juli 2024
Zaaknummer
R.09/21/47
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 FaillissementswetArt. 288 FaillissementswetArt. 289 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schone lei na succesvolle afronding wettelijke schuldsaneringsregeling

De heer is op 23 maart 2021 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) en heeft deze regeling met een looptijd tot 24 maart 2024 succesvol doorlopen. Gedurende de regeling heeft zijn zus meerdere aantijgingen geuit over een vermeend luxe bestaan en het niet naleven van verplichtingen, maar deze zijn niet met bewijsstukken onderbouwd.

De bewindvoerder heeft de aantijgingen onderzocht en vastgesteld dat de heer geen activa bezit met bovenmatige waarde en zijn schuldeisers niet heeft benadeeld. De heer heeft tijdens de WSNP fulltime gewerkt en een bedrag van ruim €40.000,- gespaard voor de boedel.

De rechtbank concludeert dat de heer niet toerekenbaar tekort is geschoten in zijn verplichtingen en verleent hem de schone lei, waarmee schuldeisers hun vorderingen niet meer op hem kunnen verhalen. Tevens wordt de vergoeding van de bewindvoerder vastgesteld.

De beslissing is genomen na een eindzitting op 25 april 2024, waarbij de heer, zijn vriend en de bewindvoerder aanwezig waren. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank verleent de schone lei aan de heer en stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
insolventienummer: C/09/21/47 R
vonnis van 25 april 2024
in de zaak van:
[naam 1]
geboren op [geboortedag] -1970 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna: de heer [naam 1] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [naam 1] zit in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De looptijd van die regeling is voorbij. De rechtbank beoordeelt nu of de heer [naam 1] aan de verplichtingen heeft voldaan die horen bij de WSNP. Als dat zo is wordt aan de heer [naam 1] de zogenoemde “schone lei” verleend. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op de heer [naam 1] kunnen verhalen.
De rechtbank zal aan de heer [naam 1] de schone lei verlenen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.Verloop van de procedure

1.1.
De heer [naam 1] is op 23 maart 2021 toegelaten tot de WSNP. Daarbij is mr. D. de Loor tot rechter-commissaris en mr. P.A. Loeff (Advocatenkantoor Loeff) te Zwijndrecht tot bewindvoerder benoemd.
1.2.
De looptijd is op 24 maart 2024 verstreken.
1.3.
De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht over het verloop van de schuldsaneringsregeling. Uit dit verslag blijkt dat de informatieverplichting niet volledig is nagekomen. De bewindvoerder adviseert de heer [naam 1] de schone lei te verlenen, mits de ontbrekende stukken worden aangeleverd.
1.4.
De bewindvoerder heeft de rechtbank bij brief van 15 april 2024 geïnformeerd over de laatste stand van zaken. Hieruit blijkt dat alsnog aan de informatieverplichting is voldaan.
1.5.
De eindzitting heeft op 25 april 2024 plaatsgevonden. Op deze zitting verschenen:
- de heer [naam 1] , vergezeld door een vriend, [naam 2] ;
- de bewindvoerder.

2.De beoordeling

2.1.
Met het verstrijken van de looptijd eindigen voor de heer [naam 1] de verplichtingen die de WSNP met zich brengt en moet worden beoordeeld of aan hem de schone lei kan worden verleend. Daarvoor is nodig dat de verplichtingen uit de WSNP tijdens de looptijd voldoende zijn nagekomen, ofwel dat de heer [naam 1] daarin niet toerekenbaar is tekort geschoten.
2.2.
Op de zitting is gesproken over de aantijgingen aan het adres van de heer [naam 1] die gedurende de WSNP door [naam 3] (hierna: mevrouw [naam 3] ), de zus van de heer [naam 1] , zijn gemaakt. Deze aantijgingen komen er – kort gezegd – op neer dat de heer [naam 1] tijdens de WSNP een luxe bestaan heeft geleid, onder meer door sieraden (onder andere een zonnebril en een horloge) in bezit te hebben en op kostbare vakanties en tripjes te zijn gegaan. Hij zou zich daarmee niet aan de uit de WSNP voortvloeiende verplichtingen hebben gehouden en de schuldeisers hebben benadeeld.
2.3.
De bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat de heer [naam 1] gedurende de WSNP schriftelijk heeft gereageerd op de brieven en mails van mevrouw [naam 3] , en gemotiveerd de aantijgingen aan zijn adres heeft weersproken. De bewindvoerder heeft vrijwel aan het begin van de WSNP gesproken met mevrouw [naam 3] , de aantijgingen onderzocht en uitgelegd dat hij alleen eigendommen – die een bovenmatige waarde vertegenwoordigen – namens de boedel kan verkopen. Eigendommen van anderen kan hij niet verkopen. De bewindvoerder heeft mevrouw [naam 3] gevraagd de aantijgingen met (formele) stukken/documentatie te onderbouwen, maar dit is uitgebleven. De bewindvoerder ziet geen reden voor de rechtbank om de heer [naam 1] niet de schone lei toe te kennen.
2.4.
De rechtbank stelt vast dat de heer [naam 1] niet (toerekenbaar) tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen. De tekortkoming die door de bewindvoerder in het eindverslag is genoemd, is inmiddels hersteld en uit de door mevrouw [naam 3] overgelegde stukken is niet gebleken dat de heer [naam 1] eigenaar is van activa die een bovenmatige waarde vertegenwoordigen. Ook is niet gebleken dat de heer [naam 1] zijn schuldeisers heeft benadeeld; hij heeft de gehele WSNP fulltime gewerkt en een bedrag van ruim € 40.000,- gespaard voor de boedel.
2.5.
Dat betekent dat de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd met de schone lei. Er zijn geen redenen gebleken om tot een ander oordeel te komen.
2.6.
De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder vaststellen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- stelt vast dat de heer [naam 1] niet (toerekenbaar) in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;
- geeft te kennen dat de verplichtingen van de heer [naam 1] zijn geëindigd op 24 maart 2024, maar dat de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden;
- stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 7.379,04 (inclusief de verschuldigde omzetbelasting), voor zover de boedel toereikend is;
- stelt het vastrecht vast op € 768,-, voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. A.C.M. Höppener, rechter, in samenwerking met C.R. Cortenbach-van der Lek LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 april 2024.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.