De gecertificeerde instelling verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing voor twee minderjarige kinderen die incidenteel bij een weekendpleeggezin verblijven. De kinderen zijn onder toezicht gesteld en wonen bij de moeder, die wordt ondersteund vanwege haar problematiek.
De kinderrechter overwoog dat het verblijf bij het weekendpleeggezin slechts eens in de drie weken plaatsvindt en geen gedeeltelijke overheveling van de zeggenschap over verzorging en opvoeding naar de pleegouders inhoudt. De plaatsing is vooral bedoeld ter ontlasting van de moeder, die hiermee instemt.
Gezien deze omstandigheden en het streven naar een overdracht naar het vrijwillig kader, concludeerde de kinderrechter dat geen machtiging tot uithuisplaatsing vereist is. Het verzoek werd daarom afgewezen.
De ouders waren niet aanwezig bij de zitting, maar waren correct opgeroepen. De beschikking is openbaar uitgesproken op 15 juli 2024 door kinderrechter C.M. van der Kleijn.