ECLI:NL:RBDHA:2024:11650
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende economische en sociale binding met Marokko
Eiser, woonachtig in Marokko, diende een aanvraag in voor een visum kort verblijf voor familiebezoek. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af op grond van twijfel over het voornemen van eiser om het Schengengebied tijdig te verlaten, vanwege onvoldoende aangetoonde economische en sociale binding met Marokko.
Eiser betwistte de afwijzing en voerde aan dat hij niet gehoord was op zijn bezwaargronden. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een regelmatig en substantieel inkomen heeft uit zelfstandige werkzaamheden, mede doordat bankafschriften geen inkomsten uit werk konden bevestigen en verklaringen over loondienst tegenstrijdig waren.
Daarnaast was onvoldoende gebleken dat eiser een sterke sociale band met Marokko heeft die zijn terugkeer waarborgt. Verklaringen over zorgtaken voor zijn moeder werden buiten beschouwing gelaten omdat deze niet tijdig waren ingediend. De rechtbank concludeerde dat de minister terecht het bezwaar kennelijk ongegrond had verklaard en het beroep ongegrond is verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de visumaanvraag wegens onvoldoende economische en sociale binding met Marokko.