ECLI:NL:RBDHA:2024:11662
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na beslissing op beroep
Verzoekers, van Syrische nationaliteit, hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. De bestreden besluiten van 2 mei 2024 waren door de minister van Asiel en Migratie afgewezen als kennelijk ongegrond.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 3 juli 2024, waarbij verzoekster werd bijgestaan door haar gemachtigde en een tolk aanwezig was. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Op dezelfde dag als de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening, deed de rechtbank ook uitspraak op het beroep in de gerelateerde zaken.
Omdat gelijktijdig op het beroep is beslist, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen en uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat gelijktijdig op het beroep is beslist.