ECLI:NL:RBDHA:2024:11674

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juli 2024
Publicatiedatum
25 juli 2024
Zaaknummer
NL24.10600
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbRichtlijn 2001/55/EG
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening van een Oekraïense derdelander tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie tot beëindiging van zijn tijdelijke bescherming. Het bestreden besluit dateert van 7 februari 2024. Verzoeker had tegen dit besluit beroep ingesteld, maar dit was te laat ingediend.

De voorzieningenrechter overwoog dat het beroep niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van een verschoonbare reden voor de te late indiening. Dit oordeel werd bevestigd in een gerelateerde uitspraak met zaaknummer NL24.10599. Gezien deze situatie was er geen grond om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen.

Daarnaast werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 18 juli 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet, waarmee de beslissing definitief is. De zaak betreft bestuursrecht en vreemdelingenrecht, specifiek de toepassing van de Richtlijn 2001/55/EG betreffende tijdelijke bescherming.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt afgewezen wegens niet tijdig ingediend beroep zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.10600

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder tegen verzoeker een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Hierin is meegedeeld dat verzoekers tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG eindigt.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. [1]

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.10599, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 18 juli 2024 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.