Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening van een Oekraïense derdelander tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie tot beëindiging van zijn tijdelijke bescherming. Het bestreden besluit dateert van 7 februari 2024. Verzoeker had tegen dit besluit beroep ingesteld, maar dit was te laat ingediend.
De voorzieningenrechter overwoog dat het beroep niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van een verschoonbare reden voor de te late indiening. Dit oordeel werd bevestigd in een gerelateerde uitspraak met zaaknummer NL24.10599. Gezien deze situatie was er geen grond om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen.
Daarnaast werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 18 juli 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet, waarmee de beslissing definitief is. De zaak betreft bestuursrecht en vreemdelingenrecht, specifiek de toepassing van de Richtlijn 2001/55/EG betreffende tijdelijke bescherming.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt afgewezen wegens niet tijdig ingediend beroep zonder verschoonbare reden.