ECLI:NL:RBDHA:2024:11676

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juli 2024
Publicatiedatum
25 juli 2024
Zaaknummer
NL24.15944
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:11 AwbArt. 69 VwRichtlijn 2001/55/EGVreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander wegens te late indiening

Eiser, een derdelander uit Oekraïne, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin de tijdelijke bescherming van eiser wordt beëindigd. Dit terugkeerbesluit dateert van 7 februari 2024. De rechtbank heeft het beroep buiten zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.

De wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt vier weken vanaf het besluit, conform artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. Eiser heeft het beroep pas op 11 april 2024 ingediend, wat ruimschoots na deze termijn is. De rechtbank heeft onderzocht of de termijnoverschrijding verschoonbaar is, zoals vereist op grond van artikel 6:11 van Pro de Awb, maar heeft geen redenen gevonden die dit rechtvaardigen.

Eiser heeft aangevoerd dat onduidelijkheid door communicatie van verweerder een rol speelde, en dat hij inmiddels heeft verzocht het terugkeerbesluit op te heffen. Deze omstandigheden bieden echter geen verschoonbare reden voor het te laat indienen van het beroep. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit duidelijk is en dat eiser voldoende gelegenheid had om tijdig beroep in te stellen.

Gelet hierop verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van tijdelijke bescherming wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.15944

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 7 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder tegen eiser een terugkeerbesluit uitgevaardigd. Hierin is meegedeeld dat eisers tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG eindigt.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. [1]

Overwegingen

1. Er kan op een beroep worden beslist zonder een zitting te houden als sprake is van een kennelijke uitkomst. Dit staat in artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Deze situatie doet zich hier voor gelet op het volgende.
2. Op grond van artikel 69, eerste lid, van de Vw [2] bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift vier weken. Eiser heeft het beroep echter pas op 11 april 2024 en daarmee (ruimschoots) buiten de termijn van vier weken ingediend.
3. Niet-ontvankelijkverklaring van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift blijft achterwege als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Met andere woorden: beoordeeld moet worden of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Dit staat in artikel 6:11 van Pro de Awb. Er zijn in dit geval geen redenen aanwezig om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
4. De stelling van eiser dat er door de communicatie van verweerder onduidelijkheid is
gecreëerd, is daarvoor onvoldoende. Uit het bestreden besluit als zodanig blijkt namelijk
voldoende duidelijk dat eisers tijdelijke bescherming volgens verweerder eindigt. Het valt
dan ook niet in te zien waarom eiser vanwege de inhoud van het bestreden besluit niet tijdig
beroep zou hebben kunnen instellen. Verder heeft eiser geen stukken van verweerder
overgelegd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat zijn tijdelijke bescherming volgens
verweerder niet eindigt.
5. Voor zover eiser stelt dat het terugkeerbesluit dient te worden opgeheven en zijn verblijfsrecht op grond van de tijdelijke bescherming dient te worden voortgezet, geldt dat dit geen verschoonbare reden vormt voor het te laat indienen van het beroepschrift. Dat eiser verweerder inmiddels heeft verzocht om het terugkeerbesluit op te heffen, leidt er ook niet toe dat de overschrijding van de beroepstermijn niet aan eiser kan worden toegerekend.
6. Gelet op het voorgaande is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 18 juli 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Vreemdelingenwet 2000.