Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een derdelander uit Oekraïne, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin de tijdelijke bescherming van eiser wordt beëindigd. Dit terugkeerbesluit dateert van 7 februari 2024. De rechtbank heeft het beroep buiten zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.
De wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt vier weken vanaf het besluit, conform artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. Eiser heeft het beroep pas op 11 april 2024 ingediend, wat ruimschoots na deze termijn is. De rechtbank heeft onderzocht of de termijnoverschrijding verschoonbaar is, zoals vereist op grond van artikel 6:11 van Pro de Awb, maar heeft geen redenen gevonden die dit rechtvaardigen.
Eiser heeft aangevoerd dat onduidelijkheid door communicatie van verweerder een rol speelde, en dat hij inmiddels heeft verzocht het terugkeerbesluit op te heffen. Deze omstandigheden bieden echter geen verschoonbare reden voor het te laat indienen van het beroep. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit duidelijk is en dat eiser voldoende gelegenheid had om tijdig beroep in te stellen.
Gelet hierop verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van tijdelijke bescherming wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen zonder verschoonbare reden.