Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Tunesische nationaliteit, werd op 15 juni 2024 een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd genomen vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken.
Eiser voerde aan dat hij een verblijfsvergunning in Italië heeft en dat er geen zicht is op uitzetting naar Tunesië. Verweerder stelde echter dat onderzoek in Italië en Spanje had uitgewezen dat eiser geen verblijfsrecht meer heeft in Italië en dat het paspoort in Spanje was achtergebleven. Een vlucht was geboekt met vertrekdatum 25 juli 2024, en een IOM-traject was gestart.
De rechtbank oordeelde dat de zware gronden voor bewaring feitelijk juist zijn en dat er voldoende gronden zijn om de maatregel te dragen. Ambtshalve toetsing leidde niet tot het oordeel dat de maatregel onrechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.