Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Azerbeidzjaanse man geboren in 1996, diende op 7 oktober 2021 een asielaanvraag in met als grond dat hij sinds 2007/2008 een conflict heeft met zijn buren en dat hij gezocht wordt door de autoriteiten wegens het ontlopen van de militaire dienstplicht. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of ernstige schade bij terugkeer.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en vastgesteld dat de verklaringen van eiser over zijn identiteit en vrees geloofwaardig zijn, maar dat deze omstandigheden niet leiden tot een verblijfsvergunning asiel. Ook is niet gebleken dat eiser aanspraak kan maken op een verblijfsvergunning regulier, mede omdat zijn echtgenote geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft en er dus geen sprake is van een beschermenswaardig gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro.
Eiser heeft in beroep aanvullende informatie over de dienstplicht en de situatie in Nagorno-Karabach aangevoerd, evenals over zijn huwelijk en de verblijfsstatus van zijn echtgenote in Duitsland. De rechtbank oordeelt dat dit een herhaling is van eerdere stellingen en dat verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd heeft waarom het beroep niet slaagt.
De rechtbank concludeert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn terugkeer naar Azerbeidzjan leidt tot een situatie in strijd met artikel 3 EVRM Pro of dat sprake is van een 15c-situatie. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.