ECLI:NL:RBDHA:2024:11713
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis pleegkind Syrië wegens ontbreken pleegouderrelatie
Eiser, een minderjarige Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als pleegkind van zijn meerderjarige broer, die een asielstatus in Nederland heeft. De aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen omdat de pleegouder-pleegkindrelatie niet was aangetoond, ondanks dat de identiteit en familierechtelijke relatie met de biologische vader later wel aannemelijk werden gemaakt.
In bezwaar en beroep voerde eiser aan dat zijn broer na het overlijden van hun vader de vaderrol heeft overgenomen en als pleegouder moet worden erkend. Verweerder stelde dat er geen voogdijrelatie was, onvoldoende financiële afhankelijkheid, en dat de biologische moeder nog steeds zorg en opvoeding kon bieden.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een pleegouder-pleegkindrelatie. Er zijn geen officiële documenten over voogdij, financiële ondersteuning is niet onderbouwd, en de biologische moeder is nog in staat tot zorg. De ondersteunende taken van referent zijn niet voldoende om een pleegrelatie aan te nemen.
Daarmee behoort eiser niet tot de nareisdoelgroep en is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of terugbetaling griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de pleegouder-pleegkindrelatie niet is aangetoond.