Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsdocument door de minister van Asiel en Migratie. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zijn uitzetting wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.
De minister heeft zich niet verzet tegen de toewijzing van deze voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter ziet geen beletselen om het verzoek toe te wijzen en gebiedt de minister zich te onthouden van uitzetting of voorbereidingen daartoe.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de proceskosten van € 875,- voor de rechtsbijstand aan verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.