Op 20 januari 2024 heeft de verdachte samen met twee medeverdachten twee diefstallen gepleegd op en rond het station in Leiden. De eerste betrof diefstal van een telefoon en portemonnee van een slapende man op het perron. De tweede betrof diefstal met geweld waarbij een andere man werd achtervolgd, met geweld werd vastgegrepen en beroofd van zijn eigendommen.
De verdediging voerde onder meer aan dat de verdachte niet actief had deelgenomen aan de diefstallen en dat het tonen van een foto door de politie aan een aangever het recht op een eerlijk proces zou hebben geschonden. De rechtbank verwierp dit verweer en verklaarde de officier van justitie ontvankelijk.
De rechtbank achtte de verdachte wettig en overtuigend schuldig aan medeplegen van beide diefstallen, waarbij het bewijs bestond uit camerabeelden, getuigenverklaringen en verklaringen van de verdachte zelf. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van voorarrest.
Daarnaast werden schadevergoedingen toegewezen aan de benadeelden: € 740,80 aan de eerste en € 98,71 aan de tweede, vermeerderd met wettelijke rente en hoofdelijk te betalen door de verdachte en medeverdachten.