De man en vrouw, gehuwd in Italië en ouders van een minderjarig kind met hoofdverblijfplaats bij de moeder in Nederland, verzoeken echtscheiding. De vrouw woont en werkt in Nederland, ondanks haar Italiaanse nationaliteit en bewering van verblijf in Italië.
De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is op grond van Brussel II ter-verordening en Nederlands recht toepast. Er zijn echter al echtscheidingsprocedures aanhangig in het Verenigd Koninkrijk sinds 2014 en in Italië sinds 2022.
Gezien de litispendentieregeling in Brussel II ter-verordening wordt de Nederlandse procedure aangehouden totdat de bevoegdheid van de andere rechtbanken is vastgesteld. De man kan niet eerder reageren omdat hij niet op juiste wijze betrokken was bij de buitenlandse procedures.
Partijen dienen de rechtbank uiterlijk 1 juli 2025 te informeren over de voortgang van de buitenlandse procedures. Zonder aanvullende informatie over de afwikkeling van het huwelijksvermogen kan de rechtbank daarover geen oordeel geven.