ECLI:NL:RBDHA:2024:1180
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardige vrees voor vervolging in Iran
Eiser, van Iraanse nationaliteit, verzocht asiel na het schrijven van politieke leuzen op muren in Iran, waarbij hij vreesde vervolging door de Iraanse inlichtingendienst. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardige onderbouwing van deze vrees.
De rechtbank oordeelt dat de verklaringen van eiser over het zoeken door de inlichtingendienst en de arrestatie van vrienden gebaseerd zijn op vermoedens en informatie van derden, zonder concreet bewijs. Ook het betoog dat hij slachtoffer was van een woninginval werd niet geloofwaardig bevonden.
Verder is de rechtbank van oordeel dat de staatssecretaris de beoordeling van de politieke overtuiging en de reële risico's bij terugkeer zorgvuldig en in lijn met het arrest van het Hof van Justitie van de EU heeft uitgevoerd. Er is geen gegronde vrees voor vervolging of schending van artikel 3 EVRM Pro.
Eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat hij in bewijsnood verkeert of dat hij niet op legale wijze en zonder problemen Iran heeft verlaten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.