ECLI:NL:RBDHA:2024:11860
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Verzoekers hebben bij besluiten van 6 juni 2024 een verzoek ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvragen zijn niet in behandeling genomen door verweerder omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van deze aanvragen. Verzoekers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken om voorlopige voorziening samen met gerelateerde zaken op 10 juli 2024 behandeld. Omdat de bodemzaak inmiddels is behandeld en uitspraak is gedaan, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst deze af.
Wel veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder in de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op € 875,-, welke betaald dienen te worden aan de rechtsbijstandverlener. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter D.M. Schuiling en griffier L.J. van der Veen en is in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2024. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875,-.