Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft op 18 december 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De beslistermijn werd verlengd met negen maanden, waardoor deze eindigde op 18 maart 2024. Eiser stelde de minister op 18 maart 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 11 april 2024 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank overweegt dat het indienen van een ingebrekestelling en beroep tegen het niet tijdig beslissen pas mogelijk is nadat de beslistermijn is verstreken en twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling. Omdat de ingebrekestelling op 18 maart 2024 werd ingediend terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken, is deze prematuur en voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen.