Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 9 juli 2024 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit stelde eiser beroep in, dat tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt. De maatregel werd op 12 juli 2024 opgeheven, waarna partijen instemden met schriftelijke behandeling van het beroep.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was en of eiser recht had op schadevergoeding. Verweerder stelde dat de bewaring noodzakelijk was vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht op grond van de Dublinverordening en een significant risico op onttrekking. Eiser betwistte dit risico en voerde aan dat zware grond 3a niet van toepassing kon zijn.
De rechtbank stelde vast dat de feitelijke juistheid van zware grond 3a niet werd betwist, evenals andere zware en lichte gronden. Deze gronden droegen de maatregel, waardoor het risico op onttrekking aanwezig was. Ambtshalve toetsing leidde niet tot het oordeel dat de bewaring onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.