ECLI:NL:RBDHA:2024:11911
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Eiser, een Turkse onderdaan zonder rechtmatig verblijf in Nederland, kreeg op 22 januari 2024 een terugkeerbesluit opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Eiser stelde dat hem ten onrechte geen langere vertrektermijn was gegeven en dat hij onvoldoende was gehoord voorafgaand aan het besluit. Tevens voerde hij aan dat het besluit niet had mogen worden opgelegd vanwege zijn voornemen een verblijfsvergunning aan te vragen.
De rechtbank stelde vast dat eiser zich aan het toezicht had onttrokken en dat hij geen aanvraag voor een verblijfsvergunning had ingediend ten tijde van het besluit. De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd en verplicht was het terugkeerbesluit uit te vaardigen en dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om zijn bezwaren kenbaar te maken. Het beroep op humanitaire gronden en de standstill-bepaling faalde.
De rechtbank concludeerde dat de vertrektermijn van vier weken passend was en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.