ECLI:NL:RBDHA:2024:11917

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 juli 2024
Publicatiedatum
31 juli 2024
Zaaknummer
AWB249712
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening eigen bijdrage opvang asielzoekers

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers waarin een eigen bijdrage voor opvangkosten over augustus 2021 werd opgelegd vanwege inkomen. Na bezwaar heeft verweerder het besluit gehandhaafd. Verzoeker stelde beroep in bij de bestuursrechter en vroeg om een voorlopige voorziening.

De rechtbank heeft op het beroep met zaaknummer AWB 22/718 reeds uitspraak gedaan. Gezien deze uitspraak wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond beschouwd en afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld op basis van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld en het verzoek kennelijk ongegrond is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 24/9712

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [V-nummer] ,
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 1 februari 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder bepaald dat verzoeker een eigen bijdrage in de kosten van de opvang over de peilmaand augustus 2021 verschuldigd is, omdat verzoeker inkomen heeft gegenereerd.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 5 februari 2022 heeft verweerder op het bezwaar beslist. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit (AWB 22/718). Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het verzoek om voorlopige voorziening gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het beroep bij de bestuursrechter.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag in de zaak met nummer AWB 22/718 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het verzoek wordt om die reden als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 15 juli 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.