ECLI:NL:RBDHA:2024:11919
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 4 juni 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank.
Op 29 juli 2024 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld, samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL24.23456). Verzoeker was hierbij aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk, terwijl de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu de hoofdzaak is behandeld en er uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.