ECLI:NL:RBDHA:2024:11930

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 juli 2024
Publicatiedatum
31 juli 2024
Zaaknummer
NL24.23348 en NL24.23350
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure wegens verantwoordelijkheid Kroatië

Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling zijn genomen omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Verzoekers stelden beroep in tegen deze besluiten en vroegen om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep in gerelateerde zaken, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is direct bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.23348 en NL24.23350

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker 1]

V-nummer: [V-nummer 1]
mede ingediend namens haar minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
[verzoeker 2]
V-nummer: [V-nummer 2]
hierna gezamenlijk aan te duiden als: verzoekers
(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluiten van 5 juni 2024 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.23347 en NL24.23349, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 22 juli 2024 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.