ECLI:NL:RBDHA:2024:1195
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring verzoek voorlopige voorziening wegens te late betaling griffierecht
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 2 februari 2024 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker had gevraagd om uitzetting achterwege te laten totdat op zijn bezwaar was beslist. De rechtbank besloot partijen niet uit te nodigen voor een zitting omdat dat niet noodzakelijk werd geacht.
De kern van het oordeel was dat het griffierecht niet tijdig was betaald. Verzoeker werd bij aangetekende brief op 23 september 2023 gewezen op de betalingstermijn van twee weken. De betaling vond echter pas plaats op 12 januari 2024, ruim na het verstrijken van de termijn. Verzoeker heeft geen reden voor de late betaling opgegeven.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.