Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij haar referent.
De minister heeft bij besluit van 13 maart 2024 de aanvraag afgewezen. Hierdoor is het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen feitelijk komen te vervallen, omdat het verzoek inmiddels is afgehandeld. De rechtbank stelt vast dat eiseres daardoor geen procesbelang meer heeft bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Wel veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de door eiseres gemaakte proceskosten, omdat het beroep terecht is ingesteld vanwege het niet tijdig beslissen. De proceskosten worden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een puntensysteem met een lichte wegingsfactor.
Daarnaast heeft eiseres een verzoek om griffierechtvrijstelling ingediend wegens betalingsonmacht, dat door de rechtbank definitief is toegewezen op grond van voldoende aannemelijkheid.
De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier E.C. Jacobs op 26 juli 2024 en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.