ECLI:NL:RBDHA:2024:12014

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 juli 2024
Publicatiedatum
1 augustus 2024
Zaaknummer
NL23.8176
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 AwbArt. 8:54 AwbBesluit proceskosten bestuursrechtAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij haar referent.

De minister heeft bij besluit van 13 maart 2024 de aanvraag afgewezen. Hierdoor is het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen feitelijk komen te vervallen, omdat het verzoek inmiddels is afgehandeld. De rechtbank stelt vast dat eiseres daardoor geen procesbelang meer heeft bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen.

De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Wel veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de door eiseres gemaakte proceskosten, omdat het beroep terecht is ingesteld vanwege het niet tijdig beslissen. De proceskosten worden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een puntensysteem met een lichte wegingsfactor.

Daarnaast heeft eiseres een verzoek om griffierechtvrijstelling ingediend wegens betalingsonmacht, dat door de rechtbank definitief is toegewezen op grond van voldoende aannemelijkheid.

De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier E.C. Jacobs op 26 juli 2024 en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 437,50.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.8176

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. B.W.C. van Geet),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor verblijf bij [naam] (referent).
Bij besluit van 13 maart 2024 heeft verweerder de aanvraag van eiseres afgewezen.
Desgevraagd heeft eiseres meegedeeld het beroep te handhaven met het oog op het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van de betaling van het griffierecht voor de behandeling van haar beroep wegens betalingsonmacht. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling voorlopig toegewezen. Met het door eiseres overgelegde formulier heeft zij voldoende aannemelijk gemaakt dat zij voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt definitief toegewezen.
2. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van eiseres, dient te worden vastgesteld dat met de beslissing op de aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiseres gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft.
3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Omdat eiseres vanwege het niet tijdig beslissen op haar aanvraag terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 26 juli 2024 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.