Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
,te Alpen aan den Rijn ,
1.[B B.V.] te Rotterdam ,
[C B.V.]te Pijnacker-Nootdorp ,
[D]te Pijnacker-Nootdorp ,
4.[E B.V.] te Krimpen aan de Lek ,
[F]te Krimpen aan den IJssel ,
1.[E B.V.] te Krimpen aan de Lek ,
[F]te Krimpen aan den IJssel
1.[B B.V.] te Rotterdam ,
[C B.V.]te Pijnacker-Nootdorp
[D]te Pijnacker-Nootdorp ,
1.Het verloop van de procedure in de hoofdzaak en de vrijwaringszaak
2.De feiten
3.Het geschil
In de hoofdzaak
4.De beoordeling in de hoofdzaak
- [bedrijfsnaam 1] heeft bij Combulex stalen buispalen ingekocht voor het project, ter waarde van € 30.913.
- Bij Dyckerhof Basal is cementvulling ingekocht voor het project, voor een bedrag van € 4.654,87.
- Voor het project heeft [bedrijfsnaam 1] ook nog een uitzendkracht ingeschakeld via [naam 4] Engineering Europe B.V. voor een bedrag van € 3.696.
zijdeze kosten hebben gedragen. Als dat het geval zou zijn geweest, had het op hun weg gelegen dat aan de hand van facturen en betalingsbewijzen te onderbouwen. Bij die stand van zaken gaat de rechtbank ervan uit dat de kosten van het [naam 3] project voor rekening van [bedrijfsnaam 1] zijn gekomen. [D] en [C B.V.] dienen bij wijze van schadevergoeding dan ook de volledige omzet van het [naam 3] project van € 155.470 aan [bedrijfsnaam 1] te betalen. Aangezien [naam 3] een bedrag inclusief BTW aan [bedrijfsnaam 1] heeft betaald, ziet de rechtbank geen aanleiding om de BTW in mindering te brengen op het door [D] en [C B.V.] te betalen bedrag.
De bankrekening van [bedrijfsnaam 1] is door [naam 5] geopend. De rekening was gekoppeld aan het account waar [naam 5] de bankpassen van had, waaronder [bedrijfsnaam 1] , Euro-Ankertechniek , Ageno . [D] had ook een betaalpas en was verantwoordelijk voor het uitvoeren van de betalingen.”
“(…) gisteren 1 betaling gedaan. (..) Ik ben van middag weer aan de zaak voor het restant te betalen. (…)”.Ook is gewezen op de e-mail van [naam 5] van 6 juni 2018 aan [D] : “
(…) Dit is die factuur van [F] . Aub van de week even betalen ter vermijding van herrie. (…)”.Deze laatste e-mail heeft [D] uitgelegd als een verzoek aan [D] om te overleggen over de betaling van een bepaalde factuur, maar daarin gaat de rechtbank niet mee. De hierboven geciteerde tekst biedt daarvoor geen enkel aanknopingspunt. Tot slot staat vast dat [D] als enige – in ieder geval ten tijde van het faillissement – toegang had tot een afgesloten kast met daarin de administratie en de bankpassen van [bedrijfsnaam 1] . Bij deze stand van zaken gaat de rechtbank ervan uit dat [D] degene was die binnen [bedrijfsnaam 1] de betalingen verrichtte.
“(Middels deze E-mail:
5.De beoordeling in de vrijwaringszaak
- [naam 5] was namens [E B.V.] en/of [F] actief bij verschillende andere vennootschappen van [F] en ook bij [bedrijfsnaam 1] vervulde hij namens [E B.V.] en [F] een aansturende rol;
- bankpassen van de bankrekening van [bedrijfsnaam 1] bij de SNS-bank zijn op naam van [naam 5] gesteld;
- toen in 2017 een poging is gedaan de aandelen in [bedrijfsnaam 1] over te dragen, zou die overdracht plaatsvinden aan [D] en [naam 5] (althans hun vennootschappen);
- [naam 5] was aanwezig bij het tweemaandelijkse overleg tussen [D] en [E B.V.] ;
- [naam 5] heeft namens [bedrijfsnaam 1] meerdere arbeidsovereenkomsten met werknemers ondertekend.