ECLI:NL:RBDHA:2024:12178

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 juli 2024
Publicatiedatum
5 augustus 2024
Zaaknummer
NL24.2168 01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na gegrondverklaring bezwaar tegen niet-tijdige beslissing mvv-aanvraag

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn mvv-aanvraag van november 2022. Verweerder heeft het bezwaar van verzoeker bij besluit van maart 2024 gegrond verklaard, waarna verzoeker het beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde.

De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog tijdig te beslissen en het bezwaar te honoreren. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan verzoeker toewijzen.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 437,50, gebaseerd op een puntwaarde en een lichte wegingsfactor, en veroordeelt verweerder tevens tot vergoeding van het griffierecht van € 187. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 26 juli 2024.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na gegrondverklaring bezwaar en intrekking beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.2168

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 19 januari 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op het bezwaar tegen de afwijzing van zijn mvv-aanvraag van 29 november 2022.
Bij besluit van 18 maart 2024 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker gegrond verklaard.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Ook moet verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187 vergoeden. [2]

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent);
 bepaalt dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187 (honderdzevenentachtig euro) moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan op 26 juli 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.