ECLI:NL:RBDHA:2024:1218

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 januari 2024
Publicatiedatum
6 februari 2024
Zaaknummer
NL23.34756
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting en behoud opvangrecht tijdens bezwaarprocedure

Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier met als doel medische behandeling ingediend, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen in een besluit van 30 oktober 2023. Hiertegen is bezwaar gemaakt en tegelijkertijd is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om uitzetting te voorkomen en opvang te behouden zolang het bezwaar in behandeling is.

De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Omdat verzoeker de behandeling van het bezwaar niet in Nederland mag afwachten, is sprake van een spoedeisend belang. De staatssecretaris heeft bovendien aangegeven zich niet te verzetten tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, waardoor uitzetting wordt voorkomen en het recht op opvang wordt behouden totdat op het bezwaar is beslist. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, waardoor uitzetting wordt voorkomen en recht op opvang wordt behouden totdat op het bezwaar is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.34756

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. P. Scholtes),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 30 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning regulier met als doel ‘medische behandeling’ afgewezen.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [1] uitspraak buiten zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat gelet op de betrokken belangen vereist.
2. Verweerder heeft in het bestreden besluit aan verzoeker meegedeeld dat hij de behandeling van het bezwaar niet in Nederland mag afwachten. Verzoeker heeft daarom een spoedeisend belang bij de verzochte voorziening.
3. Het verzoek strekt ertoe te bepalen dat verzoeker gedurende de behandeling van het bezwaar niet wordt uitgezet en recht op opvang behoudt. De staatssecretaris heeft op 29 januari 2024 bericht dat hij zich niet verzet tegen de toewijzing van een voorlopige voorziening. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toe.
4. De voorzieningenrechter ziet in de toewijzing van het verzoek aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 875 (1 punt voor het indienen van het
verzoekschrift met een waarde per punt van € 875 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
 wijst het verzoek toe;
 treft de voorlopige voorziening dat uitzetting achterwege blijft en verzoeker recht op opvang heeft totdat op het bezwaar is beslist;
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875 (achthonderdvijfenzeventig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.