ECLI:NL:RBDHA:2024:12194
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel vreemdelingenbewaring en rechtmatigheid
De minister heeft op 11 april 2024 aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd, welke voortduurt. De rechtbank toetst het beroep van eiser tegen het voortduren van deze maatregel, waarbij zij alleen de periode na 30 april 2024 in beschouwing neemt, omdat eerdere rechtmatigheid reeds is vastgesteld.
Eiser voert aan dat de minister onvoldoende voortvarend is in het werken aan zijn uitzetting en dat zijn asielaanvraag hem niet tegengeworpen mag worden. De rechtbank oordeelt dat de minister sinds het sluiten van het vooronderzoek meerdere keren contact heeft gezocht met de Algerijnse autoriteiten en dat er vertrekgesprekken met eiser hebben plaatsgevonden. Eiser werkt echter niet actief mee aan zijn terugkeer, wat van hem verwacht mag worden.
Ambtshalve toetsing leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring rechtmatig voortduurt en verklaart het beroep ongegrond. De minister hoeft de proceskosten van eiser niet te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft rechtmatig voortduren.