Verzoekers, gezinsleden die gezamenlijk hun asielaanvragen indienden op 26 juni 2022, stelden op 23 oktober 2023 afzonderlijk beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op hun aanvragen. Op 9 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de asielaanvragen ingewilligd, waarna verzoekers hun beroepen introkken en vergoeding van proceskosten vorderden.
De rechtbank neemt de samenhang tussen de zaken aan vanwege het gezamenlijke karakter van de aanvragen. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan de proceskosten aan de verzoekers toewijzen. Gezien het niet tijdig beslissen en de inwilliging van de aanvragen is de minister geheel aan de beroepen tegemoetgekomen.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe en legt de vergoeding vast op € 437,50, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht met een lichte wegingsfactor. De uitspraak is zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt op 30 juli 2024.