Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2024 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat hij slachtoffer is van een criminele organisatie en enkel in Nederland is om aangifte te doen, dat zijn medische situatie het niet toelaat om in bewaring te worden gesteld en dat een lichter middel volstaat omdat hij beschikbaar is voor de autoriteiten.
De rechtbank oordeelde dat de minister zich voldoende heeft gemotiveerd waarom niet met een lichter middel kon worden volstaan, verwijzend naar het onttrekkingsrisico en de medische zorg die vergelijkbaar wordt geacht met die in de vrije maatschappij. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat de medische zorg in detentie ontoereikend is. Ook is niet gebleken dat eiser altijd beschikbaar is voor de Nederlandse autoriteiten, mede omdat hij geen vaste woon- of verblijfplaats heeft.
De rechtbank vond geen aanleiding om de rechtmatigheid van de maatregel te betwijfelen en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.