ECLI:NL:RBDHA:2024:12241
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag mvv familie- of gezinslid wegens niet voldoen middelenvereiste en inburgeringsplicht
Eiseres, met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar partner, de referent, te verblijven. De referent diende op 4 januari 2023 een aanvraag in. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag op 7 juli 2023 af vanwege het niet voldoen aan het middelenvereiste en het inburgeringsvereiste. Eiseres stelde bezwaar en beroep in tegen het niet-tijdig beslissen en tegen het bestreden besluit.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk is, omdat inmiddels een besluit op bezwaar is genomen. Ten aanzien van het bestreden besluit concludeerde de rechtbank dat de referent niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling van het middelenvereiste, omdat niet was aangetoond dat hij blijvend en volledig arbeidsongeschikt is. Het psychodiagnostische onderzoek en een ontheffing van arbeidsverplichtingen van zes maanden waren onvoldoende bewijs.
De rechtbank liet de beroepsgronden over het inburgeringsvereiste onbesproken, omdat het middelenvereiste een zelfstandige afwijzingsgrond is. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen omdat de belangenafweging door de minister zorgvuldig was gemaakt. Ook was het terecht dat verweerder afzag van het horen in bezwaar, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard wegens niet voldoen aan het middelenvereiste en het inburgeringsvereiste.