Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser/verzoeker,
Procesverloop
Beslissing
Overwegingen
Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 2 augustus 2024 uitspraak gedaan in de zaak waarin eiser beroep instelde tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De minister had de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiser uitsluitend economische motieven aan zijn aanvraag ten grondslag legde.
Tijdens de zitting, waar eiser werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was, heeft de rechtbank het beroep behandeld en direct uitspraak gedaan. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de aanvraag had afgewezen, mede omdat eiser geen terugkeerbesluit of inreisverbod had en onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming viel.
Eiser stelde dat hij bij terugkeer in Turkmenistan zou worden geconfronteerd met ontoereikende levensomstandigheden en onverschilligheid van de overheid, maar dit werd onvoldoende onderbouwd geacht. Ook werd geoordeeld dat zijn sociaaleconomische situatie niet voldoende was om een schending van artikel 3 EVRM Pro aan te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, aangezien op het beroep was beslist. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.