Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de minister op 18 juni 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
Op 31 juli 2024 vond de zitting plaats waarbij de gemachtigden van verzoeker en minister aanwezig waren. Verzoekers gemachtigde overhandigde een brief van een longarts waarin werd bevestigd dat verzoeker sinds 19 juli 2024 is opgenomen op de tuberculose afdeling van een ziekenhuis, waardoor hij voorlopig niet kan verschijnen bij een zitting.
De voorzieningenrechter acht het van belang dat verzoeker in het kader van zijn beroep gehoord wordt en wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening toe. Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoeker mag niet worden uitgezet totdat op het beroep is beslist. Daarnaast wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 1.750.