ECLI:NL:RBDHA:2024:12348
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep samen met een vergelijkbare zaak op zitting behandeld en beoordeelt of het besluit rechtmatig is.
Uit het dossier blijkt dat eiser eerder asielverzoeken heeft ingediend in meerdere lidstaten, waaronder Duitsland, dat recentelijk een verzoek tot terugname van Nederland heeft geaccepteerd. Eiser voert aan dat de belangen van zijn minderjarige zoontje worden miskend, omdat hij en zijn vriendin, die het kind verzorgt, een gezin vormen en dat de minister onvoldoende rekening houdt met de hechting van het kind.
De rechtbank oordeelt dat de minister zich redelijkerwijs op het standpunt kan stellen dat de band tussen het kind en de vriendin niet zodanig is dat het belang van het kind een uitzondering rechtvaardigt. De vriendin is geen gezinslid in de zin van de Dublinverordening, en de regeling is niet bedoeld voor gezinshereniging. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.