ECLI:NL:RBDHA:2024:12393
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegemoetkoming scholieren na besluit toekenning
Verzoekster, een vluchteling uit Oekraïne met een verblijfsvergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden, had een aanvraag voor tegemoetkoming scholieren ingediend die door verweerder werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat haar verblijfsvergunning niet binnen de wettelijke uitzonderingen viel en zij geen voortgezet (speciaal) onderwijs volgde.
Na bezwaar bleef verweerder bij zijn standpunt, waarna verzoekster beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening vroeg. De rechtbank Noord-Nederland zond de zaak door naar de rechtbank Den Haag. Tijdens de procedure gaf verweerder aan op basis van voortschrijdend inzicht alsnog tegemoetkoming VO18+ en studiefinanciering toe te kennen aan verzoekster, en bood excuses aan voor de onjuiste besluitvorming.
De voorzieningenrechter overwoog dat door deze toekenning het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening was komen te vervallen. Verzoekster kan de uitspraak op het beroep en het verzoek om schadevergoeding afwachten. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De behandeling van het beroep met het verzoek om schadevergoeding zal worden voortgezet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de minister de tegemoetkoming en studiefinanciering heeft toegekend.