ECLI:NL:RBDHA:2024:12420
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging artikel 8 EVRM bij afwijzing machtiging voorlopig verblijf familie
Eiseres, een staatloze Palestijnse vrouw die in Syrië verblijft, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging bij haar kleinzoon in Nederland. De aanvraag werd door verweerder afgewezen wegens het ontbreken van meer dan normale afhankelijkheid en een belangenafweging die in het nadeel van eiseres uitviel.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro in het nadeel van eiseres uitvalt. Verweerder heeft ten onrechte het restrictieve toelatingsbeleid als zwaarwegend nadeel betrokken en onvoldoende rekening gehouden met de lange duur van de procedure, de belangen van de kinderen en de situatie in het land van herkomst.
De rechtbank stelt dat verweerder niet alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken en dat de belangenafweging niet voldoet aan de vereiste fair balance. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt verweerder opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende gemotiveerde belangenafweging.