ECLI:NL:RBDHA:2024:12438

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 april 2024
Publicatiedatum
8 augustus 2024
Zaaknummer
NL23.38995
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 13 DublinverordeningArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na prematuur ingetrokken beroep asielaanvraag

Verzoekster diende op 4 januari 2022 een asielaanvraag in. Verweerder vroeg op 4 maart 2022 Polen om verzoekster terug te nemen op grond van de Dublinverordening, wat op 23 maart 2022 werd geaccepteerd. Na het verstrijken van de overdrachtstermijn op 23 september 2022 werd verweerder verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag.

Door het besluit WBV 2022/22 van 27 september 2022 werden beslistermijnen voor asielaanvragen verlengd met negen maanden, waardoor verweerder uiterlijk op 23 december 2023 op de aanvraag moest beslissen. Verzoekster stelde een ingebrekestelling op 27 november 2023, die de rechtbank als prematuur beoordeelde.

Verzoekster trok daarop het beroep in nadat verweerder alsnog op 1 februari 2024 een inwilligend besluit nam en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat het beroep niet ontvankelijk was en dat er geen sprake was van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen in het beroep, waardoor het verzoek tot proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen vanwege prematuur ingetrokken en niet-ontvankelijk beroep.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.38995
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V nummer]

(gemachtigde: mr. E.G. Grigorjan), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van verzoekster, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op de asielaanvraag van verzoekster.
Op 1 februari 2024 heeft verweerder alsnog een inwilligend besluit genomen op de aanvraag.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. Verweerder heeft aangegeven de proceskosten niet te willen vergoeden.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Verzoekster heeft op 4 januari 2022 haar asielaanvraag ingediend. Op 4 maart 2022 heeft verweerder Polen verzocht verzoekster op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening terug te nemen. De Poolse autoriteiten hebben dit verzoek geaccepteerd op 23 maart 2022. Op 23 september 2022 is de termijn voor het overdragen van verzoekster aan de Poolse autoriteiten verstreken. Hierdoor is verweerder op 23 september 2022 (zes maanden na 23 maart 2022) verantwoordelijk geworden voor de behandeling van het
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
asielverzoek van verzoekster. Dat betekent dat verweerder, met toepassing van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), in beginsel uiterlijk op 23 maart 2023 op de aanvraag had moeten beslissen.
4. Sinds 27 september 2022 is het besluit met kenmerk WBV 2022/22 van kracht.2 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die op 27 september 2022 nog niet waren verstreken met negen maanden zijn verlengd. Dit geldt ook voor aanvragen die zijn ingediend vóór 1 januari 2023.
5. De asielaanvraag van verzoekster valt onder het toepassingsbereik van de WBV 2022/22. Dit betekent dat de beslistermijn in haar zaak met negen maanden is verlengd en verweerder uiterlijk op 23 december 2023 op de aanvraag had moeten beslissen. De rechtbank volgt verweerder daarom in het standpunt dat de ingebrekestelling van
27 november 2023 prematuur was ingediend, hetgeen zou hebben geleid tot een niet- ontvankelijk beroep.
6. Nu er geen sprake is van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank ook geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan het beroep van verzoekster in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van I. Abdilahi, griffier.
2 Staatscourant van 26 september 2022, nr. 25755.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
16 april 2024

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.