ECLI:NL:RBDHA:2024:12438
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na prematuur ingetrokken beroep asielaanvraag
Verzoekster diende op 4 januari 2022 een asielaanvraag in. Verweerder vroeg op 4 maart 2022 Polen om verzoekster terug te nemen op grond van de Dublinverordening, wat op 23 maart 2022 werd geaccepteerd. Na het verstrijken van de overdrachtstermijn op 23 september 2022 werd verweerder verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag.
Door het besluit WBV 2022/22 van 27 september 2022 werden beslistermijnen voor asielaanvragen verlengd met negen maanden, waardoor verweerder uiterlijk op 23 december 2023 op de aanvraag moest beslissen. Verzoekster stelde een ingebrekestelling op 27 november 2023, die de rechtbank als prematuur beoordeelde.
Verzoekster trok daarop het beroep in nadat verweerder alsnog op 1 februari 2024 een inwilligend besluit nam en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat het beroep niet ontvankelijk was en dat er geen sprake was van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen in het beroep, waardoor het verzoek tot proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen vanwege prematuur ingetrokken en niet-ontvankelijk beroep.