Verzoeker heeft op 23 april 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 29 december 2022. De minister heeft op 6 mei 2024 alsnog een besluit genomen en de asielaanvraag ingewilligd. Hierop heeft verzoeker het beroep ingetrokken en een vergoeding van proceskosten gevraagd.
De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek tot proceskostenvergoeding. De minister deed een voorstel, waarop verzoeker niet heeft gereageerd. De rechtbank heeft vervolgens zonder zitting uitspraak gedaan.
Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank proceskosten toewijzen indien het bestuursorgaan aan de indiener van het beroep tegemoet is gekomen. De rechtbank stelt vast dat de minister aan verzoeker tegemoet is gekomen door alsnog te beslissen. Daarom is het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond.
De proceskosten worden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een puntwaarde van € 875,- en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep, dat alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van dit bedrag.