ECLI:NL:RBDHA:2024:12443

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 augustus 2024
Publicatiedatum
8 augustus 2024
Zaaknummer
24.1768
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking beroep asielaanvraag wegens tijdige beslissing

Verzoeker heeft op 23 april 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 29 december 2022. De minister heeft op 6 mei 2024 alsnog een besluit genomen en de asielaanvraag ingewilligd. Hierop heeft verzoeker het beroep ingetrokken en een vergoeding van proceskosten gevraagd.

De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek tot proceskostenvergoeding. De minister deed een voorstel, waarop verzoeker niet heeft gereageerd. De rechtbank heeft vervolgens zonder zitting uitspraak gedaan.

Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank proceskosten toewijzen indien het bestuursorgaan aan de indiener van het beroep tegemoet is gekomen. De rechtbank stelt vast dat de minister aan verzoeker tegemoet is gekomen door alsnog te beslissen. Daarom is het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond.

De proceskosten worden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een puntwaarde van € 875,- en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep, dat alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van dit bedrag.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 437,50 aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.17680

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker,geboren op [geboortedatum],van Syrische nationaliteit,v-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. D. Aygur),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 23 april 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 29 december 2022.
Bij besluit van 6 mei 2024 heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft vervolgens het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van proceskosten.
De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. De minister heeft gereageerd met een voorstel. De rechtbank heeft vervolgens verzoeker verzocht te reageren op het voorstel, maar hij heeft dit niet gedaan.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75
en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. De rechtbank stelt vast dat de minister aan verzoeker tegemoet is gekomen door
hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen op de aanvraag van verzoeker van 29 december 2022.
3. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om vergoeding van de proceskosten
kennelijk gegrond is.
4. De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten die verzoeker heeft
gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 875,- en wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
M.A. Postma, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.