ECLI:NL:RBDHA:2024:12477
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Buiten behandelingstelling aanvraag lerarenbeurs wegens ontbrekende stempel werkgeversverklaring
Eiser diende op 2 april 2023 een aanvraag in voor een lerarenbeurs, maar deze was onvolledig vanwege het ontbreken van een stempel op de werkgeversverklaring. Verweerder gaf een termijn van twee weken om dit te herstellen, maar eiser leverde de gestempelde verklaring pas na de gestelde termijn aan. Daarom stelde verweerder de aanvraag buiten behandeling op 9 mei 2023. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard.
Eiser voerde aan dat hij tot 15 mei 2023 de aanvraag had moeten kunnen afronden en dat het besluit in strijd was met regelgeving en het evenredigheidsbeginsel. Ook deed hij een beroep op de hardheidsclausule en stelde dat hij niet gehoord was in de bezwaarfase. De rechtbank oordeelde dat de regeling duidelijk voorschrijft dat een gestempelde werkgeversverklaring vereist is en dat verweerder de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld.
De rechtbank vond dat verweerder zijn belangen bij het hanteren van de aanvraagperiode en het subsidieplafond terecht zwaarder heeft gewogen dan het persoonlijke belang van eiser. Er was geen sprake van onbillijkheid van overwegende aard die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigt. Ook was de hoorplicht niet geschonden omdat verweerder op basis van de beschikbare informatie tot zijn besluit kon komen.
Het beroep is ongegrond verklaard, eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan op 9 augustus 2024 door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de buiten behandelingstelling van de aanvraag lerarenbeurs wegens het ontbreken van een gestempelde werkgeversverklaring.