ECLI:NL:RBDHA:2024:12485
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Verklaring Omtrent het Gedrag voor rijinstructeur na zedendelict
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor de functie van rijinstructeur, welke door de minister voor Rechtsbescherming is afgewezen vanwege eerdere justitiële veroordelingen, waaronder zedendelicten. De rechtbank beoordeelt dat aan het objectieve criterium is voldaan, omdat herhaling van dergelijke delicten in de functie een risico vormt voor kwetsbare leerlingen.
Het subjectieve criterium, waarbij het persoonlijke belang van eiser wordt afgewogen tegen het maatschappelijk belang, leidt eveneens tot afwijzing. Ondanks het persoonlijke belang van eiser, die al negen jaar rijinstructeur is en een eigen rijschool heeft, en de lage inschatting van recidiverisico door de reclassering, weegt de aard en ernst van de veroordeling zwaarder.
De rechtbank stelt dat het verscherpte toetsingskader terecht is toegepast vanwege de aard van de delicten en dat de weigering van de VOG niet evident disproportioneel is. De rechtbank wijst het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag, waarbij eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag voor de rijinstructeur.