Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] (Marokko), eiseres,
[minderjarige],
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een Nederlands paspoort voor haar minderjarige dochter, maar deze aanvraag werd door de minister van Buitenlandse Zaken niet in behandeling genomen omdat niet was aangetoond dat eiseres eenhoofdig gezag over de dochter heeft. Ook ontbrak een vervangende toestemmingsverklaring van de vader of van de rechter.
Eiseres stelde dat zij vervangende toestemming had verkregen van een Marokkaanse rechter, die volgens haar ook toestemming gaf voor het aanvragen van een Nederlands paspoort. De rechtbank oordeelde echter dat uit de overgelegde uitspraken alleen bleek dat toestemming was gegeven voor een Marokkaans paspoort en dat de vertaling van eiseres niet aannemelijk was. Daarnaast voldeed de procedure niet aan de eisen van behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging, onder meer omdat onduidelijk was of de vader op correcte wijze was opgeroepen.
De rechtbank verwierp ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de aanvraag terecht niet in behandeling werd genomen en eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de paspoortaanvraag terecht niet in behandeling genomen.