ECLI:NL:RBDHA:2024:12520

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 augustus 2024
Publicatiedatum
9 augustus 2024
Zaaknummer
AWB 23/6933
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbBesluit proceskosten bestuursrechtAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-tijdig beslissen mvv aanvraag ingewilligd met proceskostenvergoeding

Eiseres stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De minister heeft de aanvraag uiteindelijk ingewilligd, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen zijn belang verloor en niet-ontvankelijk werd verklaard.

De rechtbank oordeelde dat eiseres vanwege het niet tijdig beslissen terecht beroep had ingesteld en veroordeelde de minister daarom tot vergoeding van de proceskosten. De proceskosten werden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor 'licht', aangezien het beroep uitsluitend zag op het niet tijdig nemen van een besluit.

Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht van € 184. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de mvv-aanvraag is ingewilligd, maar de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/6933

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. B. Özates),
en
de minister van Asiel en Migratie,voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Eiseres heeft op 23 juni 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op de door [naam] (referent) ingediende aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis ten behoeve van eiseres.
Bij besluit van 7 augustus 2023 heeft verweerder de aanvraag van eiseres ingewilligd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de door referent ingediende aanvraag, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiseres gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft.
2. Omdat eiseres vanwege het niet tijdig beslissen op de aanvraag om een mvv terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 437,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Ook bepaalt de rechtbank dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 184 moet vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent);
 bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 184 (honderdvierentachtig euro) moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan op 5 augustus 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.