Eiseres stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De minister heeft de aanvraag uiteindelijk ingewilligd, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen zijn belang verloor en niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat eiseres vanwege het niet tijdig beslissen terecht beroep had ingesteld en veroordeelde de minister daarom tot vergoeding van de proceskosten. De proceskosten werden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor 'licht', aangezien het beroep uitsluitend zag op het niet tijdig nemen van een besluit.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht van € 184. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.