ECLI:NL:RBDHA:2024:12535
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar tegen niet-uitvoeren wettelijke taak bij omgevingsvergunning
Eiser maakte bezwaar tegen het niet-uitvoeren van een wettelijke taak door verweerder bij de weigering van een omgevingsvergunning voor een carport. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het niet was gericht tegen een besluit. Eiser stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het bezwaar terecht niet inhoudelijk heeft behandeld. Het bezwaar richtte zich niet tegen een schriftelijke beslissing die rechten en plichten wijzigt, maar tegen een feitelijke handeling of nalaten. Hierdoor voldeed het bezwaar niet aan de formele eisen van de Wet op het Dualisme en de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank constateerde dat de procedure lang duurde en dat er sprake was van onbehoorlijk bestuur door verweerder, maar dit rechtvaardigde geen inhoudelijke behandeling van het bezwaar. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door rechter E.K.S. Mollen op 4 juli 2024 en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet was gericht tegen een besluit.