ECLI:NL:RBDHA:2024:12569
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming niet-ontvankelijk verklaard
Verzoekster had beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar tijdelijke bescherming op grond van richtlijn 2001/55/EG te beëindigen per 4 september 2023. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
Op 1 februari 2024 kondigde de minister aan het bestreden besluit te willen intrekken, maar constateerde dat er beroep was ingesteld. Verzoekster trok daarop op 9 februari 2024 het beroep in de hoofdzaak in.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu het beroep was ingetrokken, er geen beroep meer aanhangig was en het verzoek om voorlopige voorziening daarom niet-ontvankelijk was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 6 augustus 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het hoofdberoep.