ECLI:NL:RBDHA:2024:12591
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging naar Nederland wegens niet-tijdige indiening volgens Kamerbriefcriteria
Eiser, een voormalige bewaker van Afghan Security Guard (ASG) voor de Nederlandse krijgsmacht, verzocht op 19 februari 2022 om overbrenging naar Nederland voor zichzelf en zijn gezinsleden. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet behoort tot de groepen die in de Kamerbrief van 11 oktober 2021 zijn aangewezen voor speciale voorzieningen en omdat het verzoek niet vóór die datum was ingediend.
Eiser betoogde dat hij wel degelijk in aanmerking komt, onder meer omdat hij op basis van een subcontract werkte en de Taliban hem als vijand beschouwen, en verwees naar diverse bewijsstukken zoals een werkpas, getuigenverklaringen en mensenrechtenrapporten. De rechtbank oordeelde echter dat de Kamerbrief een afgebakende groep definieert die alleen personen omvat die vóór 11 oktober 2021 een verzoek indienden en dat het feit dat eiser zich later meldde, hem buiten deze regeling plaatst.
De rechtbank verwierp ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel, aangezien fouten in eerdere gevallen niet herhaald hoeven te worden. De rechtbank benadrukte dat de beoordeling van het gevaar voor eiser in Afghanistan niet relevant is voor deze buitenwettelijke beleidsregeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om overbrenging naar Nederland wordt afgewezen wegens niet-tijdige indiening en niet-toebehoren tot de afgebakende groepen.