ECLI:NL:RBDHA:2024:12617
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag BPM verminderd wegens te hoge historische nieuwprijs en niet aannemelijke waardevermindering door schade
Eiser deed aangifte BPM voor een Mercedes-Benz C-klasse die hij in 2019 kocht voor €16.000. Bij de naheffingsaanslag werd uitgegaan van een historische nieuwprijs van €52.918 zonder waardevermindering wegens schade, wat leidde tot een aanslag van €4.077. Eiser stelde dat de historische nieuwprijs te laag was en dat er sprake was van waardevermindering door schade, onderbouwd met een taxatierapport.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de auto meer schade had dan erkend bij een hertaxatie door DRZ, die geen schade constateerde. Ook was onvoldoende bewijs dat het schadeverleden een blijvende waardevermindering rechtvaardigde. De rechtbank stelde vast dat de historische nieuwprijs €54.519 bedraagt, wat leidt tot een vermindering van de aanslag tot €3.954.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn met ruim 3,5 jaar en tot betaling van proceskosten en griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en de naheffingsaanslag verminderd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €3.954 en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten.