ECLI:NL:RBDHA:2024:12644
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van negatieve loonheffing bij schadevergoeding aan oud-werkgever
Eiser was tot mei 2012 in dienst bij Stichting [stichting] en werd op staande voet ontslagen. In een civiele procedure werd een schadevergoeding van €15.091 toegewezen aan de werkgever, na verrekening van nog openstaand loon. In 2018 betaalde eiser deze schadevergoeding. De Belastingdienst nam dit bedrag in de aanslag inkomstenbelasting als negatief loon zonder brutering.
Eiser stelde dat het bedrag gebruteerd moest worden tot €31.144 en dat de daarop gebaseerde loonheffing van €16.530 in aanmerking moest worden genomen, wat zou leiden tot een hogere teruggave. De rechtbank overwoog dat bij terugbetaling van schadevergoeding geen brutering plaatsvindt, anders dan bij terugbetaling van onterecht genoten loon. De schadevergoeding was het door de rechter toegewezen netto bedrag en er was geen loonheffing ingehouden door de werkgever.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen groter bedrag als negatief loon mocht aftrekken dan daadwerkelijk betaald en dat loonheffing niet kon worden verrekend zonder dat deze was geheven. De aanslag was correct vastgesteld en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2018 wordt ongegrond verklaard; de schadevergoeding wordt terecht niet gebruteerd als negatief loon.